donderdag 19 mei 2011

Op weg naar Estella


Veel veldboeketten
langs het pad naar Estella
kleuren de weg in




10 mei, de tocht van Puente la Reina naar Estella.

Rond 7:30 verlaten we de herberg. We ontbijten in de bar van het bijbehorende hotel en daar blijkt dat ik al bekendheid heb gekregen op de Camino, als ervaringsdeskundige. Een Australiër vraagt mij wanneer we de beroemde wijnfontein gaan passeren. Ik kan hem vertellen dat dit morgen zal zijn, maar het slechte nieuws is dat het heel vroeg in de ochtend gaat worden. De fontein waar hij het over heeft ligt bij het klooster van Irache en ligt drie kwartier van Estella vandaan.  Via de beroemde brug over Río Arga verlaten we Puente la Reina. Letterlijk betekent Puente la Reina, ‘brug van de koningin’. Er is niet veel bekend over de koningin van Navarra die opdracht gaf tot het bouwen van deze brug, behalve dat ze rond de 11de eeuw of misschien  de 12de eeuw geleefd heeft. Het plaatsje heeft wel altijd de naam van de brug behouden.

Gisteravond hebben we nog een ontzettend leuke avond gehad  op een terrasje aan de hoofdstraat van Puente la Reina. De kinderen van de ober speelden voor de deur van het restaurant. Er was een klein jongetje van hooguit anderhalf dat een groot voetbaltalent tentoon spreidde. Als een kleine Messi  in de dop schoot hij de bal over naar zijn vader, die af en toe vanachter de bar tevoorschijn kwam om met zijn zoon te spelen. Een andere peuter, een meisje in een prachtig typisch Spaans jurkje, was erg onder de indruk van dit voetbaltalent en probeerde hem voortduren te omhelzen. Zij ging daarbij zo doortastend te werk dat het jongetje omviel en ze allebei de straat in rolden. Niemand maakte zich er druk om, maar zodra er een auto verscheen kwamen van alle hoeken van het terras tantes, moeders en buurvrouwen om de kinderen naar de kant van de weg te brengen. Zo gaat dat in Spanje. Er wordt niet bij alles ingegrepen zoals bij ons in Nederland, alleen als er echt iets aan de hand is. Een ouder jongetje kwam de idylle tussen de twee kleintjes ruw verstoren door met zijn torro(stier) op wielen de kleintjes de stuipen op het lijf te jagen. Het kleine meisje vloog krijsend naar haar moeder en dan zijn er wel de beschermende troostende armen.





Ik geniet van dit soort tafereeltjes en André ook. Het is net een film waar je naar zit te kijken.

Het eerste deel van de wandeling naar Estella verloopt rustig. De zon komt achter ons op en maakt dat onze schaduwen voor ons uit dansen. Ik vind die schaduwen op de Camino altijd een bepaalde symboliek hebben. In de ochtend als je nog fris bent gaat hij voor je uit. Als de vermoeidheid je in de greep krijgt wandelt je schaduw een beetje schuin achter je. Op het einde van de dag sleep je hem als het ware achter je aan. Dat is de hele Camino het geval.

Maar nu zijn we fris en de eerste stijging gaat ons prima af. Er is niet meer zoveel verzuring in de benen en we hoeven niet meer iedere 10 meter stil te staan om op adem te komen. Vooral bij André is het verschil te merken. Ik krijg halverwege de helling pijn in mijn rug en moet weer iedere 10 meter stoppen om mijn rug even te strekken.

Het positieve van een helling is dat je altijd een keer boven komt en dat je er daarna weer af mag.
We lopen een tijdje langs prachtige paden met links en recht van ons velden met wuivend graan doorvlochten met klaprozen. Het is echt prachtig.

Het eerste dorpje dat we doorkomen is Mañeru. We hadden gehoopt op een kop koffie, maar er is helemaal niets. In de verte zien we het volgende dorp al liggen, op een heuvel badend in zonlicht. Helaas zie je ook de weg die er naar toe loopt en die is nog lang.



Maar ook aan een lange weg zit een eind en meestal wacht daar dan wel een barretje. Zo is dat ook in dit dorp dat de moeilijke naam Cirauqui(spreek uit Zirauki) draagt. We herkennen het plaatsje onmiddellijk als we er binnenlopen. Op de vorige Camino hebben we bij een klein bakkertje koffie en croissants gegeten. Het is weer zo’n plek op de Camino die alle pelgrims onmiddellijk weten te vinden. Het is er heel druk voor de deur van het bakkertje.

We vervolgens onze tocht. Direct na het dorp Cirauqui is er een hele oude brug. Deze brug is een van de beroemdste passages op de Camino. Als je er over heen bent word je meteen naar een ontzettend modern misbaksel geleid, die weer eens laat zien hoeveel er inmiddels veranderd is op de Camino. In het jubileumjaar 2010 zijn er overal aanpassingen gedaan, die de authenticiteit van de St. Jacobsroute niet ten goede komen.

Algauw lopen we weer op een mooi pad met aan weerszijden geurende wilde bloemen. Deze wilde bloemen verkiezen zelf om iedere lente weer te voorschijn te komen en ook al worden de wegen geëgaliseerd, blijven ze dat toch doen.

We lopen opnieuw over een oude brug. In een stilstaand stukje water klinkt het gekwaak van kikkers. Ik neem een kijkje. Als ik dichterbij kom springen ze voor mijn voeten weg. Dan zie ik een heel vies beest door het zand van de bodem kruipen. Ik kijk eens goed wat het nu eigenlijk is. Het blijkt een rivierkreeft te zijn. Nooit geweten dat die hier zaten.







Het is inmiddels erg warm geworden. We lunchen op een grasveld waar ook drie Franse pelgrims zijn die de Camino met hun ezeltjes lopen.  Je ziet dat niet zo vaak, want het is een heel gedoe. Je kunt niet in de herbergen overnachten en deze pelgrims hebben dan ook een tent bij zich. Het hondje dat ook mee is gaat in een rugzak op de rug van een van de dames van het drietal. Het is een leuk gezicht om de karavaan even later te zien vertrekken. Dit is ook weer zo’n echt Camino moment.




Het laatste stuk valt ons allebei zwaar. Het wordt steeds warmer en het zweet druipt van ons af. We zijn dolblij als we om 3:00 uur de herberg van Estella bereiken. Op de stoep ontmoeten we weer een heleboel bekenden. Het is leuk om elkaar weer even te zien.

Niet lang daarna zitten we op een heerlijke patio met een biertje te genieten van weer een met goed gevolg afgelegde etappe op de Camino.










Van Pamplona naar Puente la Reina

9 mei, de tocht van Pamplona naar Puente la Reina.


De wekker staat weer om 6 uur. Midden in de nacht gaat de mobiel af van de Japanner die boven mij ligt. Ik ben weer klaarwakker. Om mij heen klinkt weer een waar snurkorkest. Een man maakt stikgeluiden en ik ben bang dat er zo meteen een ambulance voor hem moet komen. Er verschijnt geen ambulance dus ga ik er vanuit dat hij dit iedere nacht doet. Al met al word ik toch redelijk goed uitgeslapen wakker als onze eigen wekker gaat. Het pakken van de tassen gaat ons steeds beter af. Binnen een half uur staan we buiten. Even later lopen we langs de ruïnes van de oude stad Pamplona uit.

Het is prachtig weer. De lucht is helder blauw en in tegenstelling tot gisteren zijn er geen nevels, dus ook geen prachtige spinnenwebben. Wel paden vol kleurige bermbloemen en honderden zingende vogels. Het lukt me om een paar hele mooie vogeltjes te fotograferen. Ik raak daardoor wel een heel eind achter op André , die steeds braaf op me staat te wachten in de schaduw van een boom.
We hebben weer gesprekjes met diverse pelgrims die we in de loop van de dagen hebben leren kennen. Waarschijnlijk zullen we ze de hele weg blijven ontmoeten, omdat we in een zelfde ritme van lopen zitten. Vandaag gaan we allemaal naar Puente la Reina, een prachtig stadje met een hele mooie pelgrimsbrug.


Mijn voeten houden het goed vandaag. Ik heb mijn sandalen aangetrokken om te kijken of dat verschil maakt bij het lopen en daar lijkt het op. Mijn voeten krijgen nu meer lucht.
De zon wordt na mate de dag vordert steeds warmer. We lopen over de sierra del Perdón naar boven waar we uiteindelijk via de Puerte del  Perdrón, de andere kant van de berg weer af zullen gaan naar Puente la Reina.  Al lang voor je er bent kun je op de bergkam  de windmolens zien staan. Ze maken deel uit van windenergiecentrale van Navarra. Meestal is er verschrikkelijk veel wind op de bergkam, maar niet vandaag. De molens staan bijna stil.



Om elf uur passeren we de Puerte del Perdón met het zo karakteristieke pelgrimsmonument van uit metaal gesneden figuurtjes die aan het wandelen zijn. Iedereen wil er mee op de foto, dus ook wij laten ons fotograferen door een Amerikaan, die we ook al een paar dagen kennen. Er staat boven ook een man met zijn auto die blikjes en broodjes verkoopt. Hij noemt zijn auto de Pelgrims mini Bar. Hij doet goede zaken, want iedereen heeft dorst.




Daarna gaan we weer afdalen langs een moeilijk begaanbaar rotspad. Het wordt steeds warmer en de hoedjes komen te voorschijn. Het pad voert langs prachtige groene graanvelden,  olijfbomen en de eerste wijnvelden. In de berm en bloeien koolzaad, veel klaprozen, wilde kamperfoelie en wilde roos. Het pelgrimsgevoel wordt heel sterk op zo’n mooi pad.

We kunnen nu  een omweggetje maken naar Eunate, waar de beroemde kerk van Santa María de Eunate staat. Men weet niet zeker of het nu een tempelierskerk is, een dodenkapel of een bedevaartkerk. Deze achthoekige kerk staat op een afgelegen plek midden in de velden. Wij zijn er op onze vorige Camino al geweest en we besluiten om deze keer niet te gaan. Ook omdat we gehoord hebben dat de kerk zelf op maandag gesloten is.

We komen aan bij het stadje Obanos, wat het ene moment nog vier kilometer en het volgende moment nog zes kilometer van ons verwijderd lag. De bewegwijzering klopt niet altijd even goed.  Mijn voeten staan inmiddels weer in brand en ik moet ergens zitten. Na even vragen komen we bij een bar waar we neerploffen met een biertje. Wat heerlijk is dat toch iedere keer als je zo gelopen hebt om dat biertje voor je te hebben staan. Er schuift een Ier bij ons aan tafel , die de omweg naar Eunate wel heeft gemaakt. Hij weet ons te vertellen dat onze schrijver  Cees Nootebo
We komen aan bij het stadje Obanos, wat het ene moment nog vier kilometer en het volgende moment nog zes kilometer van ons verwijderd lag. De bewegwijzering klopt niet altijd even goed.  Mijn voeten staan inmiddels weer in brand en ik moet ergens zitten. Na even vragen komen we bij een bar waar we neerploffen met een biertje. Wat heerlijk is dat toch iedere keer als je zo gelopen hebt om dat biertje voor je te hebben staan. Er schuift een Ier bij ons aan tafel , die de omweg naar Eunate wel heeft gemaakt. Hij weet ons te vertellen dat onze schrijver  Cees Nooteboom over dat kerkje heeft geschreven. Zo leren wij op de Camino weer iets over Nederland van een Ier.

Vanaf Obanos is het nog drie kwartier naar Puente la Reina. We worden verrast door een prachtige nieuwe herberg aan het begin van het stadje. Heerlijk! We gaan er meteen naar binnen. Ook deze herberg is van alle comfort voorzien. We gaan eerst even bijkomen en dan gaan we straks het stadje in. Even zitten bij die prachtige brug en afwachten wat de avond ons verder nog gaat brengen.




Van Zubiri naar Pamplona

8 mei, de tocht van Zubiri naar Pamplona.













De wekker staat voor 6:30 en dat betekent op de Camino ‘uitslapen’. Het ontbijt in deze herberg is namelijk pas vanaf 7:00 uur. Helaas, om 5:40 begint het Duitse stel in hun rugtassen te rommelen en schieten er stralen van een zaklamp langs mijn gezicht. Het stel doet zijn best om alles zachtjes te doen, maar juist als je dat probeert valt er van alles uit je handen. Het is een enorme herrie en ik ben meteen klaarwakker. Ik lig wat te draaien tot om 6:30 onze eigen wekker gaat. Het ritueel van tassen inpakken voltrekt zich opnieuw. Het blijft een enorm gedoe en de kans dat je iets vergeet is groot.
Om 7 uur precies wandelen we de ontbijtkamer in. De lange tafels zijn weer gedekt en we schuiven ergens aan. Het is een prima verzorgd ontbijt, zoals je het niet vaak ziet in herbergen. Een dame brengt ons vers geroosterd brood, tostados genoemd in het Spaans. Er is koffie met warme melk en cornflakes voor wie dat liever heeft. Goed gevoed en gelaafd gaan we op weg voor onze derde dagtocht. Pamplona! De stad van de stierenlopen ter ere van San Fermín,de beschemheilige van de stad, ook beroemd geworden door het boek Fiësta van Ernest Hemingway.



Het is een prachtige ochtend. De regen is gestopt, maar er hangt nog wel nevel over de velden. De prachtigste spinnenwebben worden zichtbaar met duizenden dauwpareltje glinsterend in de eerste zonnestralen. We lopen over een klein nauw pad dat door weilanden leidt.  Ineens staan er weer paarden op de weg. Er is er een die het pad volkomen barricadeert en niet op zij gaat voor schuchtere pelgrims die niet achter hem langs durven. Uiteindelijk verdwijnt het paard weer in de struiken en is er weer vrije doorgang.


We komen weer verschillende bekenden tegen. Twee krasse Limburgse dames knopen een gesprek aan. Het is leuk om de verhalen te horen van waarom ze lopen en hoe ze het tot nog toe hebben ervaren. Na een tijdje nemen we weer afscheid. André en ik hebben geen hoog tempo en de meeste pelgrims lopen  ons voorbij. Het maakt ons niet uit. Er was een tijd dat we ons oplieten jagen door het idee dat er geen plaats meer zou zijn in de herbergen, maar inmiddels zijn er zoveel nieuwe bijgekomen, dat we er eigenlijk vanuit gaan dat we altijd wel ergens een plek vinden. Er is wel heel veel veranderd sinds mijn eerste Camino in 2001. In die tijd was het niet mogelijk ergens een plek te reserveren in een herberg. Tegenwoordig gebeurt dat veel, vooral door mensen die hun bagage van de ene herberg naar de andere laten brengen. Het is wel slikken als je ergens vermoeid aankomt en een herberg vol is, omdat al die toeristen, zoals André en ik deze pelgrims noemen, die plaatsen hebben ingenomen. Het heeft alleen geen zin om je er druk over te maken. De tijden zijn veranderd en ook de blik op pelgrimeren is veranderd. Er is meer luxe onder weg,en de privado’s, de privéherbergen, reizen als paddenstoelen uit de grond. Wij profiteren daar ook weer van als we dan in een herberg kunnen verblijven als die van gisteren.

Tegen een uur of elf begint de pijn in mijn voeten weer op te spelen. Het lopen gaat minder en we willen eigenlijk even ergens wat drinken. Er is alleen niets. André loopt soms ver voor me uit en ik sjok achter hem aan. We stoppen even langs de kant van de weg om mijn voeten met iets in te smeren. Ik lig heerlijk met mijn voeten over mijn rugzak naar de zwaluwen op een elektriciteitskabel te staren. Ik maak foto’s van ze en het valt me op, kijkend door de lens van de camera hoe mooi ze eigenlijk zijn.

Dan gaan we weer verder. Het pad voert lang hele smalle paden met aan weerzijden bermbloemen in allerlei kleuren. De vogels zingen en ondanks de pijn in mijn voeten geniet ik van het vrij zijn, het lopen en alles wat ik onderweg zie.
In het langgerekte dorp Villava is eindelijk een bar. We gaan er zitten en ik gooi mijn schoenen uit. Er heerst een luie sfeer in het dorp. Het is zondag en de Spanjaarden vieren deze dag door eerste in mooie kleding naar de kerk te gaan en dan van elkaar te genieten op een terras.


Als we ruim een uur later via de beroemde brug Pamplona binnenkomen heerst daar dezelfde  luie sfeer. We checken in in de stadsherberg in het voormalige Jezuïetenklooster van Jesús Y María. Het is een pelgrimsfabriek, zoals wij de grote herbergen noemen. Er is internet en allerlei andere faciliteiten, maar de douches zijn waardeloos.
Als we opgefrist zijn gaan we de stad in. Op een terras aan een groot plein heerst weer die heerlijke luie Spaanse sfeer. Kinderen spelen, terwijl hun ouders lekker aan de borrel zitten. Ik vind het heerlijk om al die bedrijvigheid gade te slaan. Er is een prachtig meisje dat net haar eerste communie heeft gedaan en over het plein fladdert als een kleine prinses in een heuse bruidsjurk.




We besluiten de dag met heerlijke tapas samen met zeven andere pelgrims van allemaal verschillende nationaliteiten. Dit is echt de Camino! Dit is waarom we het steeds weer opnieuw willen doen!

woensdag 11 mei 2011

Van Roncesvalles naar Zubiri

Miljoenen mensen
laten stappen na op
weg naar Zubiri.


7 mei, de tocht van Roncesvalles naar Zubiri

Om 6 uur gaat de wekker in de vorm van het Avé Maria. Langzaam komt de zaal tot leven. Ik heb weer een slechte nacht gehad. Er was een man die snurkte alsof hij iedere keer een ballon liet leeglopen. André heeft er niets van gemerkt. Die zou zelfs op de grond van een grot nog slapen. Na 5 minuten muziek floept ook het licht aan. Om ons heen worden tassen ingepakt. Hier en daar is er nog iemand die er niet aan wil en zich nog een keertje omdraait.

Wij willen om 6:30 de deur uit zijn. Op afstand van drie kilometer weten wij een dorp waar een heerlijke bar is waar alle pelgrims zich verzamelen voor ontbijt en koffie. Dat gaat ons eerste doel worden op deze dag.
We zijn wat stijf als we op weg gaan. Met de spierpijn valt het eigenlijk mee, maar wel voelen we weer dat de rugzakken te zwaar zijn. Binnen tien minuten lopen we al weer te zweten en te hijgen.
Het is nog fris buiten. De voorspellingen zijn niet goed. Het gaat regenen zeggen de berichten.
Na drie kwartier lopen komen we aan in de bar van Auritz/Burguete.  Het is een mierennest van pelgrims. Ze zijn overal. We zien de Duitse jongens, de Nederlandse vrouw met haar dochter en de Oostenrijkse met het hoedje. We hebben wat gesprekjes hier en daar, terwijl we koffie drinken en een stuk stokbrood eten met Tortilla. Na een half uur vervolgen we onze weg.

Het pad slingert door de weilanden. Vogels fluiten, de zon breekt door en we zijn nog fris. De bellen van de paarden volgen ons op onze weg. Zo lopen we een tijdje heerlijk voort. Ineens schuiven er donkere wolken voor de zon en snel daarna vallen de eerste druppels. Het is gelukkig een korte bui en we hoeven ons niet geheel in regenkledij te hullen.

De Pyreneeën over.

Fijne sneeuw dwarrelt
op weg naar Roncevalles.
De laatste bloesem.


6 mei, de tocht over de Pyreneeën van St. Jean Pied de Port naar Roncesvalles.

De wekker gaat om 6:00. Nu gaat het echt beginnen. Ondanks dat ik weer geen beste nacht heb gehad, met allerlei vrachtwagens die onder het raam hun motors lieten draaien sta ik vlot op. André heeft een prima nacht gehad en is er echt klaar voor. We rollen de slaapzakken op en pakken de rugzakken in en gaan op weg.
Het is een mooie ochtend. Het is fris, maar niet koud. Ik kan eigenlijk al meteen mijn trui uit trekken. Wel hangen er wat donker wolken met stukken roze er doorheen, waarvan je niet zeker weet wat ze gaan doen. Bij een bakkertje dat al open is halen we een paar broodjes voor straks. In de Pyreneeën zullen we maar een plek tegen komen waar we iets kunnen eten en drinken en dat is aan het begin.


 



We verlaten St. Jean Pied de Port door de beroemde pelgrimspoort met een groot beeld van de heilige Jacobus in de gevel. Het is altijd een bijzonder gevoel om door die poort te lopen, want dan is de pelgrimstocht echt begonnen. Het eerste stuk gaat over de weg. Er komt al direct een flinke stijging en binnen een paar minuten zijn we doorweekt van het zweet en hijgen we als karrenpaarden. De rugzakken zijn te zwaar. De moderne pelgrim wil beschikking hebben over allerlei zaken als iPhones en een laptop en daar moet je voor boeten onderweg. Gelukkig gaat het daarna een tijdje geleidelijk aan naar boven.

De zon probeert door het wolkendek te breken. Een grote kolom zonlicht boort zich door een donkere wolk en het beeld doet denken aan een schilderij van het laatste oordeel. Ik ben niet erg religieus, toch komen dit soort gedachten bij mij op als ik zoiets zie. Het is heel indrukwekkend.



De weg begint nu heel erg te stijgen. Andre en ik krijgen allebei meteen last van verzuring in de kuiten en de bilspier. Het is een verschrikkelijke pijn. We gaan tien meter omhoog en dan moeten we zo’n 30 seconden wachten voor we weer verder kunnen. De ene na de andere pelgrim loopt ons voorbij en ze lijken allemaal over de weg te vliegen. Ondertussen wordt het landschap steeds indrukwekkender. Aan weerzijden van ons rijzen steile berghellingen op. In de bergweiden klingelen de belletjes van de halfwilde paarden. Ze worden wel verzorgd, maar hebben verder alle vrijheid.

Bij de enige refugio/herberg die er is op de lange weg naar Roncesvalles drinken we een kop koffie. Daarna zal er niets meer zijn tot we op de plek van bestemming zijn aangekomen.



De tocht wordt steeds zwaarder. Het is eigenlijk alleen nog maar stijgen met af en toe een stukje vlakke weg. Bij het beeld van de Madonna met kind dat midden in de bergen op een rotspunt staat houden we weer even stil. Het is helemaal helder en je kan mijlenver zien. Vaak is de Madonna in nevelen gehuld, maar vandaag niet. Er staat een enorme wind. Mijn haar waait in een heel bijzonder punkkapsel. Het is wel vermoeiend. De wind is heel af en toe een vriend die je een zetje in de rug geeft, maar het grootse gedeelte van de tijd waait hij je bijna van de weg af. We komen langs een kadaver van een jong paard. Het ziet er akelig uit en het ruikt ook vies. Kort daarvoor hebben we nog naar kleine veulens staan kijken, die naast hun moeders in de wei dartelden. Dan is dit aangevreten kadaver een heel treurig beeld.



We worstelen verder tegen de harde wind in. Er is een rotspad naar boven van een paar 100 meter. We zijn totaal gesloopt als we boven aankomen. Er zijn momenten dat ik me af vraag waarom we dit als huwelijksreis gekozen hebben. We lopen te hijgen en te puffen, zweet druipt van ons af en aan het eind van de dag zijn we waarschijnlijk te moe om nog ergens van te genieten.

Dan ineens sta ik te midden van een kudde paarden. Merries met veulens draven om me heen. Een man met een aanhanger laadt een hengst uit, die hinnikend de merries opdrijft. Het is een geweldig gezicht. Mijn zware gedachten van net zijn verdwenen. Dit zijn de Caminomomenten. Hiervoor zijn we op weg gegaan. Ik pak de filmcamera en het lukt me om deze half wilde paarden te filmen. Geweldig.



Maar dan moeten we weer verder. Het is inmiddels wat bewolkt geraakt en de wind maakt het fris. We lopen door een bos met grillig gevormde bomen. We passeren de steen die ons vertelt dat we nu Navarra inlopen en dat we in Spanje zijn. Er volgt nog een lange zware afdaling, die misschien nog wel zwaarder is dan het stijgen. Het is wel een prachtig pad. De zon probeert weer door te breken en maakte speelse lichtvlekken die voor onze voeten dansen. We zijn wel heel moe en we zijn het ook een beetje zat. We berekenen dat we er nu over drie kwartier kunnen zijn.

Iedere bocht in de weg verwachten we de torens van het klooster van Roncesvalles te zien,  maar steeds is er weer die teleurstelling. Dan ineens zijn ze er. Nu nog een klein stukje langs de muren van het klooster en dan kunnen we de grote laan in lopen die ons bij het pelgrimskantoor brengt. We  zijn helemaal op. We moeten in een rij wachten tot we ingeschreven kunnen worden en de stempel kunnen ontvangen. Het prachtig verbouwde klooster is al vol en wij worden naar de oude refugio gestuurd waarin ik de drie andere  Camino’s die ik gelopen heb  geen oog dicht heb gedaan in een zaal met 100 andere pelgrims waarvan er zeker 10 snurken. We worden hartelijk ontvangen door een Nederlandse hospitalero, zoals de beheerders van de herbergen genoemd worden.  Na een douche strompelen we in de richting van het terras voor een biertje. Het vakantiegevoel komt terug. Later eten we met een heleboel pelgrims aan een grote tafel. We zitten naast een Nederlandse vrouw, die met haar dochter loopt. We drinken wijn en eten pasta en hebben het gezellig. Na de pasta is er vis, die we niet meer opkunnen. Dat is typisch Spaans. Eerst pasta als voorgerecht en dan later vlees of vis. In de bar drinken we nog een kop koffie en dan duiken we ons bed in. We vallen in slaap met Avé Maria wat gedraaid wordt vlak voor dat de lichten uit worden gedraaid. Even later begint er een concert van snurkgeluiden.





































































Op weg naar Santiago de Compostela

5 mei 2011. De reis naar St. Jean Pied de Port.

Velden vol koolzaad
kleuren het landschap geel, op
weg naar het zuiden.














5 mei, de reis naar St. Jean Pied de Port, het beginpunt van de Camino Francés

Het is kwart over vier als de wekker afgaat. De rugzakken staan ingepakt klaar en gisteravond hebben we al een douche genomen. We nemen een vlugge kop koffie en dan is het tijd om afscheid te nemen. Een slaperige dochter sleept zichzelf uit bed om ons uit te zwaaien. We knuffelen kater Willem, die onrustig voor onze voeten drentelt. Hij voelt dat er iets te gebeuren staat.

Even later staan we op straat. Het is nog donker en het enige geluid komt van de ontwakende vogels. We wandelen naar de halte van de nachtbus, want de metro rijdt nog niet. Het is een raar gevoel dat we hier 6 weken lang niet meer de straten zullen bewandelen.
De nachtbus verschijnt precies op tijd en brengt ons in minder dan 20 minuten naar het station. We zijn ruim op tijd om de Thalys luid toeterend het perron op te zien rijden. Best indrukwekkend. Andere keren stond hij altijd al klaar op het perron.

We installeren ons. Ik voel dat ik begin los te laten. Ik heb alles thuis zo goed mogelijk geregeld, de rest is aan de kinderen die achter zijn gebleven.
De Thalys zet zich in beweging. Nu is de reis echt begonnen. André doet zijn oordopjes in en trekt zich terug in zijn wereld van muziek. Ik staar gedachteloos uit het raam. Ik heb weinig geslapen en het is lekker om alleen maar een beetje te zitten.
Voor ons zit een gezin met vier kinderen. Het jongste kind, is een jaar of drie en draagt de mooie naam Carter. Hij kijkt om een hoekje en vertelt ons dat hij naar Parijs gaat. Het is een heel lief jongetje. De hele weg zitten hij en zijn broertjes en zusje zoet te spelen. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt.

De reis verloopt voorspoedig. De thalys brengt ons in iets minder dan vier uur naar Parijs waar we ruim de tijd hebben om over te stappen naar Gare Montparnasse. De trein die ons naar Bayonne gaat brengen vertrekt pas om 12:10, dus hebben we zelfs nog tijd voor een heerlijk koel biertje op een terras voor het station. Nu komt het echte vakantiegevoel over ons. De zon schijnt en thuis lijkt ineens heel lang geleden.

De trein naar Bayonne is een TGV. Toch is het nog een heel eind rijden. Ook nu vult de coupé zich met kindergeluiden. Alleen Marc met wie we nu het compartiment delen is een stuk luidruchtiger dan Carter en zijn oudere zusje heeft haar handen vol aan hem.
Toch verloopt ook dit stuk van de reis vlot en om 17:10 zijn we in Bayonne. We kopen kaartjes bij het loket en dan is er weer tijd voor een biertje. Ook nu zitten we heerlijk in de zon en genieten we volop van de eerste uren van onze vakantie.

















Tot mijn verbazing is het karakteristieke  houten boemeltje dat de pelgrims alle andere jaren naar St. Jean Pied de Port bracht ingewisseld voor een luxe uitvoering in de stijl van de TGV.  Hij zit wel net zo propvol met pelgrims, die zitten, hangen en staan omringt door hun rugzakken. Hier worden de eerste contacten gelegd. Wij wisselen een paar woorden met twee jonge Duitsers en een vrouw uit Oostenrijk die ons, als ervaren pelgrims de oren van het hoofd vraagt. Het is een heel apart sfeertje in de trein, die nog wel op ieder station stopt net als zijn voorganger.
En dan ineens zijn we er, in St. Jean Pied de Port. De andere pelgrims staan wat vertwijfeld om zich heen te kijken, maar wij weten de weg en lopen meteen door naar het pelgrimskantoor waar je een stempel moet halen en je een slaapplek gewezen krijgt. De anderen volgen ons in colonne.














Bij het pelgrimskantoor krijgen we te horen dat dit een absolute topdag is wat de aankomst van pelgrims betreft. Wij krijgen een adres van een herberg iets aan de rand van St. Jean Pied de Port. Het blijkt een prima accommodatie, want we hebben een klein kamertje voor ons alleen en dat is een zeldzaamheid op de Camino, behalve als je voor veel meer geld een hotel of hostal neemt.
Als we ons geïnstalleerd hebben gaan we op zoek naar een plek om iets te eten. We zijn inmiddels uitgehongerd en dat is niet zo gek, want het loopt tegen 20:30. We vinden een plek op een lief binnenplaatsje. Ik bestel een forel, waarvan ik de broertjes en zusjes zojuist nog zag zwemmen in het heldere water van de rivier die door St. Jean stroomt. André bestelt een heerlijke entrecote. We genieten nog even volop van dit lekkere Franse eten, want de pelgrimsmaaltijden staan  niet bekend om hun hoog culinaire gehalte.

We besluiten de dag met een korte avondwandeling over de stadswal, die mooi verlicht is. De nacht is helder en de maan schijnt. Dan is het echt tijd om ons bed op te zoeken. Morgen willen we om 6:30 vertrekken voor de zware tocht over de Pyreneeën.













maandag 2 mei 2011

Zwanenpaar, ouders van 9 eieren


Vrijdag 29 april 2011

Het is de dag van het huwelijk van prins William van Engeland en zijn Kate Middleton. Zoals zoveel Nederlanders zit ik om 12:00 voor de buis om het spektakel mee te beleven. Ik merk al gauw dat het me eigenlijk niet echt kan boeien. Kate ziet er lief uit in een vrij sobere bruidsjurk, die haar mooi staat. William heeft zijn militaire outfit aan, wat ik nooit echt feestelijk vind op een bruiloft. Ik begrijp dat het allemaal protocol is, maar ik vind de romantiek ver te zoeken en als ik deze hele poppenkast vergelijk met mijn eigen intieme en romantische huwelijk nu ruim een maand geleden voel ik me ontzettend bevoorrecht. Stijf staan Kate en William naast elkaar. Hij schuift met moeite de ring om haar vinger en haar wordt die moeite bespaard doordat William geen ring wil dragen. De enige die af en toe guitig om zich heen kijkt is Williams broer Harry. Zijn haar zit alsof hij net uit bed is gestapt en ik vind hem een verademing tijdens de hele ceremonie.
Ook de balkonscene voltrekt zich zonder enige hartstocht. Een vluchtige kus, even later gevolgd door een die iets sprankelender oogt, maar het blijft allemaal wat nietszeggend. Het huwelijk van onze Willem Alexander met Maxima vond ik spannender. Ik hoop dan ook dat Kate en William later op de dag de gelegenheid krijgen om elkaar eens lekker vast te pakken en elkaar te kussen zoals het bedoeld is op je huwelijk.

Na de balkonscene haak ik af. Ik ga mijn zwanen bezoeken. Het is prachtig weer een zonde om binnen te blijven. Met mijn camera op de borst en de filmcamera in de tas ga ik op pad. Ik wil deze keer net zolang bij de zwanen blijven tot ik de eieren kan filmen.
Ik maak eerst mijn vaste rondje. De meerkoet die aan het begin van het park broedt zit nog op haar eieren. Het mannetje zwemt af en aan met nestmateriaal. Hij heeft het er erg druk mee. Zij zit bewegingloos op haar nest, maar buigt zich wel naar voren om een takje dat hij braaf komt brengen van hem aan te nemen.
Ik zie een eendengezin. Ik blijf kleine eendjes vertederend vinden. Een stukje verderop is nog een gezinnetje aan het badderen.


Een vader, een moeder en één eendenkind. Moeder eend heeft het vreselijk druk met zichzelf. Ze is aan toiletteren en heeft weinig oog voor haar kind. Vader is al helemaal niet met de kleine bezig. Hij zwemt een flink eind verder op.


Ineens gebeurt er iets geks. Beide volwassen eenden stijgen op uit het water en vliegen een heel eind van hun kind vandaan Het kleine eendje blijft helemaal alleen achter, gemakkelijke prooi voor een kwaadwillende reiger. Ik heb dit nog nooit zo gezien. Het kleintje piept hard om zijn ouders, die 200 meter verderop geland zijn en rustig rond dobberen. Het eerste eendengezin komt er nu ook aan gezwommen. Nog even denk ik dat het kleintje misschien wel bij deze familie hoort. Het zwemt naar de moeder toe, maar die moet er niets van hebben. Weer blijft het alleen achter. Mijn hart doet gewoon pijn, zo zielig vind ik het. Ik voel me ook machteloos. Er is niets wat ik kan doen, dus hoop ik dat de ouders terugkomen. Na een minuut of wat zie ik de moeder eend toch in de richting van het kleintje zwemmen. Even later volgt ook vader eend en is het gezin weer kompleet. Ik voel me ontzettend opgelucht.


Ik ben verbaasd dat dit me zo raakt, een eendje dat aan zijn lot over wordt gelaten. Er gaan allerlei herineringen door me heen. Mijn dochter Caitlín is een keer van ons weggelopen in Eurodisney. Het ene moment was ze er nog en het volgende moment was ze weg. Wel twee uur lang heeft ze in haar eentje door Eurodisney gedwaald. Ze was toen een jaar of negen. De meest verschrikkelijke scenario's gingen door me heen. In gedachte zag ik haar angstig huilend ronddwalen op zoek naar ons. Mijn jongste zoon was totaal in paniek dat zijn zusje weg was. Dat maakte dat ik ook steeds angstiger en ongeruster werd. Ik weet nog dat het beeld van haar, angstig dwalend door Disneyland, me letterlijk pijn deed. Twee uur later vond ik haar. Ze liep me zo in de armen. Ze was volkomen rustig. Ze had een prima tijd gehad. Ze had een Nederlands meisje ontmoet en daar was ze mee in allerlei attracties geweest. Ze begon er eigenlijk net pas genoeg van te krijgen en was naar ons op zoek gegaan. Ik besefte dat ik in gedachten een heel ander beeld gemaakt had dan wat er in werkelijkheid aan de hand was. Mijn dochter van negen had zich heel goed gered, die twee uurtjes zonder ons. Eigenlijk doe ik met het eendje hetzelfde. Misschien gaat het wel zo in de vogelwereld dat de ouders gewoon even de vleugels nemen. Ik maak er alleen in mijn hoofd een verschrikkelijk scenario van.
Dat is wat wij allemaal met regelmaat doen. Onze denken neemt tijdens een moeilijke situatie tijdelijk het roer geheel van ons over en wij worden overgeleverd aan de meest verschrikkelijke, gekmakende gedachten. Het is goed om je dit van tijd tot tijd te realiseren, zodat je je meer bewust wordt van je eigen gedachtenspinsels.

Ik laat het eendje en zijn in mijn ogen ontaarde ouders achter en loop in de richting van het zwanenpaar. Als ik het steigertje afloop zie ik ook het futenpaar. Deze keer kan ik de kinderen die tussen haar veren verstopt zitten goed zien.  Af en toe laten zij zich in het water glijden en zie ik dat het al best flinke jongen zijn. Ik tel er drie.


Ik ben er helemaal verrukt van. Ik vind het zo schattig dat ze op de rug van moeder meereizen. Ook vader fuuit is steeds in de buurt. Eenmaal zie ik hem met een visje in de bek naar zijn gezin toezwemmen.

Moeder zwaan zit nog steeds op haar eieren. Als ik naast haar ga zitten komt vader zwaan meteen uit het water om te kijken of ik me aan de regels houd. Hij pakt het brood van me aan, maar blijft iedere beweging van me in de gaten houden. Hij gaat deze keer ook niet liggen, maar blijft staan. Ik zie zijn ogen af en toe dicht vallen om dan weer meteen alert te zijn. Na een tijdje schuifelt hij nog iets dichter naar me toe. Ik blijf heel stil zitten. Gaat hij toch ineens kwaad op me worden of denkt hij meer brood te krijgen. Even staat hij voor me. Dan laat hij zich zakken en gat toch liggen. Ik kan hem aanraken, zo dichtbij is hij. Het blijft heel indrukwekkend om zo naast dit machtige dier te zitten.
Intussen zie ik moeder zwaan onrustig heen en weer schuiven op het nest. Ik pak de filmcamera, want ik heb het idee dat ze zo op gaat staan om de eieren te schikken. Ik wil het deze keer filmen. Inderdaad staat ze even later op van haar nest. Ze begint te schuiven met de eieren. Ik begin te filmen. Voorzichtig kijk ik of ik de eieren kan tellen. Ik tel er nu toch echt negen! Het duurt een hele tijd voordat ze vind dat de eieren goed liggen. Nog niet eerder heb ik haar zo lang zien rommelen tot het naar haar zin is. Als ze weer lekker ligt pak ik mijn spulen en verwijder ik me voorzichtig zonder al te veel drukke bewegingen te maken van het nest. Wat prachtig dat ik dit heb kunnen filmen. Veel mooier dan het huwelijk van William en Kate.