vrijdag 15 april 2011

Zwanen in de motregen.

De zwanenmoeder
richt zich op van haar nest en
toont haar eieren.

14 april 2011

Het weer is een beetje teleurstellend. De lucht is grauw en grijs en het is koud. Ik ben al even op de fiets geweest en moest mijn handschoenen aantrekken, zo fris vond ik de wind aan mijn handen. Wat een verschil met gisteren toen ik door Amsterdam fietste en de terrassen vol zag zitten met vrolijke Amsterdammers.
Met mijn jas tot bovenaan dicht geknoopt wandel ik naar buiten.

Ik loop over het veldje tussen de huizenblokken waar zoveel molshopen zijn. Mijn blik valt op een flinke hoop. Opeens zie ik de aarde bewegen. Gespannen wacht ik af of er iets boven komt, maar dat gebeurt niet. Ik begin te graven in het bergje en ontdek dat er zich een flinke gang onder het heuveltje bevind. De mol is in geen velden of wegen te bekennen. Natuurlijk niet! Hij zal wel gek zijn!
De molsgang!
Ik word weer gedreven naar mijn zitboom, waar ik gisteren zomaar een schedeltje vond van een meerkoet. Ik scharrel in de struiken en ben blij verrast als ik op nog een schedeltje stuit. Deze keer een met tandjes. Een rat! Als ik verder kijk vind ik een tweede schedeltje. Deze keer van een vogel met een flinke snavel. De schedel is groter dan die van de meerkoet. Er moet hier een komplete slachtpartij hebben plaatsgevonden, met al die restanten. Ik zie wel wat grote witte flatsen hier en daar. Een reiger? Een uil zal het niet zijn, want die maakt mooie braakballen. Bovendien heb ik hier ook nog nooit het geluid van een uil gehoord. De ware toedracht van het drama zal mij waarschijnlijk nooit onthuld worden! 

Al mijn vondsten inclusief eendenei
 Met de schedeltjes veilig opgeborgen loop ik verder door het struikgewas. Het voortdurende geritsel, wat me steeds de oren doet spitsen, is van de merels. Die maken er een dagtaak van om door de dorre bladeren op de grond onder de bomen te scharrelen op zoek naar een snack. Ik verwacht iedere keer weer een haas of een egel te zien, maar het is altijd een merel. Wel vind ik een paar lege doppen, eenden eieren of van een andere vogel. Ik zet ze in een boom en maak er een stilleven van om te fotograferen.
Stilleven met eieren
Ik sluip verder door de bosjes. Het begint zacht te motregenen. Langs de kant van het water zit een meerkoet op haar nest. Ik heb nog veel eierloze nesten gezien, maar deze meerkoet zit wel degelijk op eieren. Als ze mij ziet, staat ze op om een verdedigende houding aan te nemen. Dan kan ik net eventjes in haar nest kijken.
Er zijn net een paar eitjes zichtbaar
Ik ga snel weg, want ik wil haar niet overstuur maken. Papa komt er ook al aangezwommen. Een eind verderop zit nog een meerkoet te broeden. Deze vader zwemt af en aan met natte bladeren voor het nest of voor moeder om op te eten.


Ik vind het ontzettend leuk om al die bedrijvigheid rond de nesten te zien. Straks zullen er weer allemaal van die oerlelijke meerkoetbaby's rondzwemmen. Schattig!

Mijn volgende missie is het zwanenechtpaar bezoeken. Ik zie ze vanuit de verte al liggen. Vader is ook bij het nest. Via de steiger sluip ik naar ze toe. Inmiddels is het echt gaan regenen. Ik bescherm de camera met mijn armen.
Als ik bij het nest ben kijkt vader zwaan op. Hij is alert, maar doet niets. Ik ga weer tegen de boom zitten en kijk toe. Vader steekt zijn kopje tussen zijn veren, maar doet toch steeds weer zijn ogen open om te kijken of ik niets van plan ben. Hij blijft waakzaam.
Ik zit heel stil met mijn rug tegen de boom in de motregen. In gedachte spreek ik het universum aan. Oh, laat moeder zwaan heel even op staan, zodat ik haar eieren kan zien. En dan gebeurt het. Moeder zwaan staat ineens op van haar nest. Voor mijn ogen keert ze haar eieren en rangschikt ze in haar nest.

moeder zwaan richt zich op van haar nest en schikt haar eieren.

Ze doet het heel zorgvuldig. Ik waag me iets dichterbij. Vader blijft rustig, moeder ook. Ik tel minstens 9 eieren in het nest. Ik ben helemaal opgewonden. Hier sta ik tussen twee zwanen bij hun nest. Ze moeten voelen dat ik ze geen kwaad wil doen. Welke andere broedende zwaan laat dit toe.


Vorige jaar liet vader zwaan me tussen zijn kroost in lopen. 7 jonge zwanen en totaal niet bang! Ik vind dit zo'n wonder dat ik het universum die me dit moment met de zwanen geschonken heeft vurig bedank...en de zwanen natuurlijk!


Ik ben zo ontroerd door dit gebaar van vertrouwen. Het is net alsof moeder speciaal voor mij is opgestaan om mij haar eieren te laten zien. Ze zijn enorm groot, zwaneneieren. Ik hoop zo dat ik de jongen nog ga zien uitkomen. Ik weet niet exact hoe lang ze op de eieren zit. Het duurt iets van 5 weken voor ze uitkomen. 5 mei vertrekken we naar Spanje. Ik ben benieuwd of het universum daarin ook nog een handje wil helpen!
Moeder zwaan laat zich weer op haar eieren zakken. Heel behoedzaam vouwt ze haar vleugels weer over haar aanstaand kroost heen. Wat prachtig is dit!


Als ze zich weer helemaal geïnstalleeerd heeft vind ik dat het tijd voor mij is om ze met rust te laten. Ik bedank ze voor dit mooie moment.
Als ik verder door de bosjes sluip stuit ik op een minder fijn tafereel. Een dode eend! En iets verder op een prachtig ei. Het is zwaar en heel koud. Wat er in zit kan onmogelijk nog in leven zijn. Ik weet niet of de dode eend bij het eenzame ei hoort. Daar zal ik ook nooit achterkomen. Ik neem het ei mee en loop even later met zakken vol natuurschatten naar huis.

Bij de molshoop aangekomen zie ik dat meneer mol de hoop weer heeft dichtgegooid. Ik maak het heuveltje weer open en ga dan met mijn rug tegen een boom zitten wachten en hopen dat meneer mol de molshoop nog een keer in orde wil komen maken.
Ik heb blijkbaar mijn cadeautjes van het universum voor vandaag al ontvangen. Ik zit een half uur met mijn camera in de aanslag, maar meneer of mevrouw mol verschijnt niet. Had ik ook kunnen weten. De mol graaft de aarde van binnenuit naar boven tot een hoop. De kans dat ik een kopje boven de hoop zou zien uitsteken met zo'n blik van "Hier ben ik!" is uiterst klein. Maar ik heb wel even lekker gezeten en de energie van de boom waar ik tegenaan leun in me opgenomen. Energiek wandel ik terug naar huis!


donderdag 14 april 2011

Bloesem en halsband-parkieten

Sneeuw in de lente.
De bloesemboom verhaalt van
de zomer die komt.

13 april 2011

Het is weer prachtig weer. Wel iets koeler dan het geweest is, maar zeker niet zo koud als het gisteren was. Met een trui,  maar zonder jas ga ik voor een korte wandeling in het park. Ik heb niet zo veel tijd deze ochtend, want ik heb een bijeenkomst met mijn intervisiegroep van reïncarnatietherapeuten, waar ik straks op de fiets naar toe wil rijden. Het huis waar de bijeenkomst gehouden wordt ligt voor mij aan de andere kant van Amsterdam.

Ik loop tussen de huizenblokken door naar het park. Het grasveld is omhoog gewoeld door de velen mollen die heer onder de grond een heel eigen imperium runnen. Ik heb de mollenvanger hier gelukkig nog niet aangetroffen. Op dit stukje grond kiezen ze er voor om met de grasmaaier de grond weer te egaliseren. In elk geval een stuk molvriendelijker!

Molshoop
Het is heerlijk rustig in het park. Alleen wat wandelaars met hun honden kom ik tegen. Ik wandel mijn vaste plekjes af en kan het weer niet laten een winterkoning tot in de struiken te achtervolgen. Ik loop bijna met mijn neus een nest in, maar of het hier gaat om een vers nest is niet duidelijk. Ik heb eigenlijk het idee van niet. Het is wel een mooi nestje.

Waterhoentje tussen de takken
Bij mijn zitboom duik ik de struiken in. Hier heeft mijn coachee een stukje van een vogelschedeltje gevonden. Eens kijken of er nog iets ligt. Ik kan mijn ogen niet geloven als ik inderdaad op een vogelschedel stuit. Alleen ligt de rest van het skelet er ook nog en aan de poten kan ik zien dat het hier om een meerkoet gaat. De schedel ligt los. Ik pak het op en zie dat de karakteristieke plek op de snavel ook op het kale schedeltje zichtbaar is. Ik heb geen tas bij me, dus wikkel ik het schedeltje in de zoom van mijn jurkje, zodat het niet stuk kan gaan.

Meerkoet met het karakteristieke witte stuk op de snavel.
Ik kijk nog even bij de zwanen. Ik zie moeder zwaan in de verte liggen. Het zonlicht schijnt op haar veren. Ze is druk bezig met haar toilet. Ook op het kraamnest wil ze er goed uitzien. Het is mooi te zien hoe ze haar lange hals helemaal over haar lichaam kan slaan om ergens helemaal achterop haar lijf de veren glad te strijken. Daarna steekt ze haar hals als een slang naar voren om de bladeren van haar nest te rangschikken.
Moeder zwaan rangschikt de blaadjes van haar nest.
Helemaal achter in het parkje bloeit een prachtig boompje met prachtige roze rode bloesem. Als je de bloemetjes van dichtbij bekijket zie je hoe fijn ze zijn. Bijen vliegen af en aan en vullen de lucht met hun gezoem. De lucht geurt heel sterk naar bloemen, maar het is niet het boompje wat ik ruik. Het is de ribes die zo ontzettend lekker ruikt en je hult in een wolk van geur.

In de korte tijd dat ik wandel spot ik nog verschillende vogels. Ik zie een mooie bonte specht, ik kijk recht in het trillende keeltje van een opgewonden winterkoning en ik fotografeer een vogel met een zwart hoedje op zijn kop. Ik denk een glanskop!




Op het allerlaatst krijg ik nog een prachtig cadeautje. In een schitterende bloesemboom zit een halsbandparkiet zich te goed te doen aan de bloesem. Ik wist helemaal niet dat ze bloesem aten. Ik zie hoe hij met zijn kleine grijpklauwen de bloemetjes van de takken haalt en oppeuzelt. Het is zo'n mooi tropisch gezicht, deze mooie groene vogel tussen de witte bloesemblaadjes. Ik kan niet anders doen dan blijven kijken.
Dan moet ik naar huis rennen om heel snel op mijn fiets te springen, om nog enigzins op tijd te komen op mijn intervisiebijeenkomst!

dinsdag 12 april 2011

Natuurcoaching in mijn park.

11 april 2011

Mijn coachee belt precies om half 11 aan. Ik heb net alles klaar gezet, waxinelichtjes aan in mijn praktijkkamer en thee en water op tafel. We gaan eerst even bijpraten in de praktijkkamer voor we naar buiten gaan, want onze laatste afspraak is voor mijn huwelijk geweest.
Het gaat veel beter, zegt ze. Ze geeft mijn een korte update van alle acties die ze ondernomen heeft en hoe ze de zaken waar we de afgelopen periode aan gewerkt hebben nu in haar dagelijks leven inzet.
Het is heel mooi weer, dus we drinken onze thee op en gaan naar buiten. Ik pak mijn fototoestel in, want dat heb ik altijd bij me.

De opdracht voor mijn coachee is om deze ochtend goed te kijken, te voelen, te ruiken, te luisteren, naar wat zich vanuit de natuur aandient. Wat raakt haar, wat maakt haar blij, wat voor gevoel komt er op. Dan is het de bedoeling dat ze kijkt naar wat de natuur haar spiegelt en hoe ze wat ze buiten ervaart kan terugvertalen naar haar huidige leven. Ik vraag haar ook om uit te kijken naar een voorwerp in de natuur dat haar opvalt en wat ze mee kan nemen, of als het niet meegenomen kan worden waar ik voor haar een foto van kan maken, zodat ze iets tastbaars overhoudt aan de wandeling. Dat vindt ze leuk om te doen.

Bij de ingang van het park staat een mooie boom in bloei.
'Die wil ik,' roept ze meteen enthousiast. Verliefd kijkt ze naar boven, naar de fijne bloesem, die al af en toe als hele fijne sneeuw naar beneden dwarrelt. Ik maak voor haar een foto van de boom en vraag waar hij voor staat.
'Voor schoonheid,' zegt ze. Ik vraag door op schoonheid en ze vertelt enthousiast hoe ze kan genieten van mooie dingen.

We lopen een stukje door. Ze vertelt wat het haar doet om zo door het park te lopen. Herinneringen aan vroeger komen vanuit de diepte naar de oppervlakte geborreld. Het geeft haar een vakantiegevoel. Het gevoel van als gezin in de auto naar het Zuiden rijden, kinderen op de achterbank, papa en mama voorin. Het veilige van thuis en het verlangen naar nog eens weer zo zorgeloos te kunnen zijn. Ik vraag haar of het mogelijk is voor haar om dit gevoel, het gevoel van vakantie en zorgeloos zijn, ook in haar leven van nu te ervaren. Dit vindt ze moeilijk. Samen zoeken we naar manieren waarop het mogelijk wordt om toch van tijd tot tijd dit te kunnen voelen.

We zijn bij mijn boom aangekomen, de boom met de brede wortels waar je zo heerlijk op kunt zitten. We nemen samen plaats op de schoot van de boom. De zon schijnt op onze gezichten en we zeggen een tijdje helemaal niets. Dan staat ze op en begint om de boom heen te lopen.
'Kijk,'zegt ze. 'Een vogelschedeltje!'
'Neem maar mee, of vind je het eng?' vraag ik. Nee, ze vind het niet eng en ze wil het inderdaad graag meenemen. Het is net alsof het daar speciaal voor haar is neergelegd.
' Kijk, een specht,' fluistert ze me ineens toe. Ik zie hem eerst niet, maar zij blijft me net zo lang wijzen tot ik hem ook in het vizier heb. Het is niet de grote groene van laatst, maar een kleine bonte specht. Hij zit erg laag en ik kan hem bijhoorlijk goed in beeld brengen met mijn camera, die ik er snel bij haal.
Nu pakt mijn coachee de camera en maakt een foto van mij, terwijl ik de specht fotografeer. We hebben lol samen. Als de specht er goed op staat wandelen we weer een stuk verder.

Op een bruggetje staat een groepje jongeren ritmes te klappen en te zingen.
' Ik vind dit zo totaal niet Hollands,' zegt mijn coachee. Ik vraag haar wat ze het dan wel vindt.
' Het heeft iets zuiderlijks. In Spanje verwacht je zoiets, maar niet hier.'zegt ze. Spanje staat voor vakantie, voor vrij leven, voor genieten van zon, zee en warmte. We praten er opnieuw over hoe je dit soort gevoelens en verlangens kunt vertalen naar het dagelijke bestaan. Het is mooi om te zien, dat iets zo simpel als wat zingende en klappende jongeren, een diep verlangen naar boven kan brengen.
 Ik trek mijn schoenen uit en loop een tijdje op het natte gras met mijn blote voeten. Het voelt heerlijk. Ik vertel iets over mijn eigen jeugd in Zeist bij mijn oma. Hoe ik altijd wakker werd met het gezang van de merel. Zij herkent het gevoel en het is mooi om dit samen te delen. We zijn inmiddels aan de andere kant van het parkje aangekomen. Helaas laten de eekhoorntjes zich vandaag niet zien, maar in de verte zie ik wel dat zowel vader als moeder zwaan bij het nest zijn. Ik vertel haar dat ik haar iets ga laten zien. Vol verwachting loopt ze met me mee. Als ze de zwaan in het oog krijgt is ze verrukt. Ik geef haar de camera en laat haar zelf foto's maken. Vader zwaan is ook nu totaal niet agressief.
Ook zij mag hem van vrij dicht naderen. Hij
houdt ons in de gaten, maar blaast niet of maakt
geen aanstalten op ons af te komen. Moeder 
zwaan blijft eveneens rustig liggen met haar kopje tussen de veren.  
We spreken over vertrouwen en hoe belangrijk dat is in het leven.                                                                                        
Naast het nest van de zwanen
is een steigertje.
Mijn coachee wil graag over de steiger lopen in de richting van restaurant Halve Maan. Aan het einde van de steiger ligt de grote dode vis, die ik een paar dagen geleden ontdekt heb. Mijn coachee heeft er een mooie visie op.
'Hij heeft vast goed geleefd, dat hij zo groot heeft kunnen worden,' zegt ze. Ik vind dat een mooie manier om naar de grote dode vis te kijken.

Ik doe ook een vondst op de steiger. Een prachtige vissengraat, waarschijnlijk een restant van een dier die zich er aan te goed heeft gedaan. Ik raap het op. Dat is mijn vondst van vandaag.

Ik vraag mijn coachee wat ze van onze vondsten vindt en waar ze voor haar voor staan. Het zijn tenslotte restanten van iets dat geleefd heeft.
Het staat voor haar voor het afsluiten van dingen uit het verleden, zegt ze. Ik vind het een prachtige manier om te kijken naar de dood en haar visie sluit goed bij mij aan. Overal in de natuur zie je dit terug. Er sterft iets af en daaruit ontstaat weer nieuw leven. De vis heeft het lootje gelegd, maar hij heeft wel als voedsel gediend voor een andere levend wezen en zo is het ook met de vogel van wie mijn coachee de schedel vond. Alles is cyclisch!

We lopen langs een bosje en het harde gezang van de winterkoning klinkt ons tegemoet. Mijn coachee heeft nooit geweten dat die piepkleine winterkoning zo'n herrie kan maken. Ze wil graag kijken of ze hem kan vinden in de struiken. Even later ontdekt zij de kleine vogel op een takje voor ons. Hij schrikt en vliegt rakelings langs haar gezicht en landt in de struik naast ons. Daar blijft hij hard zingend zitten en wij kunnen hem eventjes heel goed bekijken. Het kleine staartje beweegt ritmisch op en neer en ineens schijnt hij ons te zijn vergeten, want hij begint hevig te toiletteren. Wild klappert hij met zijn vleugeltjes en bewerk zijn veertjes met zijn kleine scherpe snavel. We kijken allebei vertederd toe.
Ik heb toevallig gisteren in een boek over het intieme leven van tuinvogels gelezen dat de winterkoning een kleine player is, zoals mijn kinderen zijn gedrag zouden noemen. Ik vind het leuk om mijn coachee er iets over te vertellen. 
De winterkoning maakt verschillende nesten. Deze nesten zijn allemaal erg gebrekkig en niet af. Hij lokt het vrouwtje naar het nest en als zij er in plaatsneemt is zij van hem. Zij begint dan het nest in orde te maken, zodat ze haar eieren er in kan uitbroeden. Maar de winterkoning heeft meerdere nesten en als het hem lukt om daar ook een vrouwtje naar toe te lokken, voegt hij haar aan zijn harem toe en dat geldt ook voor de vrouwtjes die in zijn andere nesten plaatsnemen. De winterkoning bedrijft dus polyamorie.

Er is nog één ding wat ik aan mijn coachee wil laten zien. We lopen nu langs de andere kant van het water terug naar de praktijk. Ik vertel haar niet wat ze gaat zien, omdat ik nog niet zeker weet of ze er zitten. Voorzichtig gluur ik tussen de riethalmen. Ja, hoor! Ze zijn er. Deze keer zijn het er zelfs drie. Ik geef mijn coachee de opdracht goed in het riet te kijken. Eerst ziet ze ze niet. Ze weet ook niet wat ze moet zien. Maar dan ziet ze iets glinsteren in de zon.
'Schildpadden,' roep ze. 'Jij hebt hier echt alles in dit park!'
Op een stuk hout liggen drie schildpadden te zonnen. Een schrikt en duikt meteen het water in, maar blijft wel om de plek heen zwemmen. Even later kruipt hij weer op het stuk hout en gaat boven op een van de andere schildpadden zitten. Het is een prachtig gezicht. Het natte schild glanst in de zon en de mooie tekeningen op de kin zijn duidelijk zichtbaar. We vinden het allebei geweldig dat deze beesten gewoon hier in mijn park overleven.

Het is tijd om naar huis te gaan. We zijn al zeker anderhalf uur in het park. We hebben veel gezien, maar ook hard gewerkt aan voor mijn coachee belangrijke thema's.
We spreken af na mijn Camino weer een nieuwe afspraak te maken. In de tussen tijd gaat zij proberen om het heerlijke vakantiegevoel makkelijker en vaker op te kunnen roepen.
'Denk maar aan mij, op de Camino,' stel ik haar voor. Ja, dat vindt ze een goed idee. Als ze het gevoel weer even helemaal kwijt is zal ze denken aan mij lopend in de natuur op de Camino. Ze gaat ook schrijven. Ze heeft van mij de opdracht gekregen zo veel mogelijk te schrijven. Dat is iets wat ze goed kan en waar ze veel voldoening uit haalt.

Als ze weg is denk ik na over wat we allemaal gedaan en besproken hebben. We hebben een aantal belangrijke dingen aangeraakt, maar we hebben ook dingen gedeeld en genoten van de natuur. Dit is echt een hele fijne manier van coachen!

maandag 11 april 2011

Wandelen voor Camino en adoptie van lam Jacob

Dicht bij zijn moeder
in haar veilige schaduw
ligt Jacob, ons lam.

10 april 2011

We gaan naar Rheden. Ik loop al dagen met de gedachte rond om bij de schaapskooi van Rheden een lam te adopteren. Op twitter heb ik gehoord dat je het lam zelf uit mag zoeken en een naam mag geven. Je krijgt dan een geboortekaartje en op afstand is het lammetje dan voortaan van jou. Met de € 20,- die de adoptie kost steun je de schaapskooi.

Rond een uur of elf stappen we in de auto. De zon barst al uit zijn voegen, dus met de airco en de radio

aan rijden we richting de Veluwe. Op de achterbank liggen twee in haast ingepakte rugzakken. De mijne bevat een stapel oude spijkerbroeken en het studieboek An introduction to Counselling van John Mc Load, die de rugzak op gewicht moeten brengen. Ik kom op 9 kilo en dat is eigenlijk al iets meer dan ik van plan ben straks in Spanje te gaan dragen.

Na een goed uur rijden komen we aan bij het informatiecentrum van Natuurmonumenten bij Rheden. Op de parkeerplaats word ik al meteen geconfronteerd met een aardig vogeltje. Ik ruk de camera van de achterbank en stel scherp. Hebbes! Geen idee wat het is?














André kijk meewarig toe en denkt: als ze straks op de Camino iedere vogel gaat fotograferen dan hebben we een jaar nodig om in Santiago te komen.
Dan is het tijd om voor het eerst de rugzakken om te gespen. Ik heb de rugzak waar mijn dochter afgelopen zomer de Camino mee gelopen heeft. Het is een kleine compacte lichtgewicht rugzak, die haar erg goed bevallen is. Nu even kijken of hij mij ook bevalt.
We maken de riempjes op maat en dan staan we ineens in vol ornaat op de parkeerplaats. Het caminogevoel kruipt meteen bij ons naar binnen Wat hebben we er een zin in, in de Camino, maar ook vooral in deze dag!

We lopen langs het informatiecentrum en komen al direct op een weg met prachtige bomen. Grote dikke eeuwen oude stammen, waarvan iedere vierkante centimeter meer heeft gezien dan ik ooit in mijn leven zal zien. Dat soort dingen denk ik vaak als ik naar een oude boom kijk: wat zal deze boom allemaal wel niet hebben gezien met zijn boomogen!
Als we iets verder lopen worden we geconfronteerd met een echte sprookjesboom. De takken hangen tot bijna op de grond en vormen een natuurlijke tent waaronder je onmiddellijk een gevoel van geborgenheid ervaart. Deze boom wil voor je zorgen, je beschermen en slaat zijn lange armen om je heen opdat jij je veilig voelt. Wat een geweldige boom! En minstens zo mooi is het schilderij wat hij samen met het zonlicht heeft getekend op de aarde rondom zijn wortels.

Op weg naar de schaapskooi lopen we langs een prachtig gebouw. Het moet vroeger een koetshuis geweest zijn, te zien aan de grote deuren aan de voorkant. Nu wordt het door iemand bewoond. Wat moet dat geweldig zijn om in zo'n huis met ongetwijfeld een schat aan geschiedenis te mogen wonen!
Naast het grote koetshuis staat een klein huisje. Een oudere dame komt naar ons toe en legt uit dat het een pauwenhuis is en dat het net helemaal in oude staat is gerestaureerd. Het is inderdaad een prachtig huisje. In de ren voor het huisje zien we een schitterende witte pauw die zojuist zijn staart heeft uitgespreid. Wat een ongelooflijke schoonheid, deze pauw! Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een witte pauw heb gezien.


De schaapskooi van Rheden is niet ver van het Natuurmonumenten informatiecentrum af gelegen. Al vrij snel zien wij het weiland met de schapen in zicht komen. Het gaat een beetje kriebelen in mijn buik. Zal het echt zo zijn dat ik zometeen mijn eigen lam mag uitzoeken en een naam mag geven? Het geblaat van de honderden schapen en lammeren wordt op de wind onze richting op gedreven. Ik houd van dat geluid. In Frankrijk op La Garnasette, een van onze favoriete vakantiebestemmingen, hoorde je deze geluiden ook als de schaapjes op het terrein van La Garnasette geweid werden door de boer met wie ze daar een afspraak over hadden.

We lopen om het veld heen tot aan de stallen. Achter een hek zitten wat mensen gezellig aan de koffie. Het zijn de mensen van de Herder Inn. Ik vraag over het hek heen hoe het hier zit met de adopties. Meteen wordt het hek voor me open gedaan en mogen wij naar binnen. Een vriendelijke man haalt het adoptieformulier te voorschijn en ik zak op mijn knieeën om het in te vullen. Van de spanning vul ik bij mijn naam mijn adres in en omgekeerd. Gelukkig maakt het niet uit. André legt alles vast met de camera.
Als aan de formaliteiten is voldaan mogen we de wei in. Eigenlijk word ik al meteen geraakt door een lammetje dat dicht tegen zijn moeder aanligt en schaduw probeert te krijgen van haar wollige lichaam. Er hangt een klein speekseldruppeltje aan het kinnetje. Hij of zij kijkt een beetje sloom en eigenlijk lijkt het niet helemaal gezond. Toch heb ik met dit lammetje onmiddellijk iets.



We lopen verder de wei in om de rest van de lammetjes te bekijken. De gevlekte en het enige zwarte schaapje zijn al vergeven. Ik loop rond en aai en voel, maar eigenlijk weet ik het al. Het wordt het eerste lammetje.
Als we terug willen lopen om in het oor naar het nummer te kijken zie ik de herderin met mijn lam de wei uitlopen. Is ie dan inderdaad ziek? Snel loop ik naar het hek, waar de vrouw staat te overleggen met de andere medewerkers.
"We vinden hem iets te sloom en we gaan hem even apart leggen,"zegt de herderin die het lam in haar armen houdt. "We denken dat hij het te warm heeft."
Ik geef aan dat mijn keuze juist op dit lam valt en nu helemaal. Het lam heeft nummer 820 en het is een jongetje.
"Is jacob geen goede naam?" zegt André ineens. "We gaan toch de Jacobsroute lopen!" Ik ben meteen verkocht. Dit is ons lam en hij heet Jacob, kort Job. De naam en de verkorte naam worden op het geboortekaartje geschreven dat voor mij wordt ingevuld.

Er staat: Met vreugde delen wij u mede dat het door u geadopteerde lam met de naam Jacob(Job)
nr. 820 is ingeschreven in het schapenboek van de Rhedense Schaapskudde.

Op de voorkant van het kaartje staat een moeder schaap met twee lammetjes getekend. Ik ben er helemaal opgewonden van.
Gauw lopen we naar de stal waar Job even apart is gezet. Hij is meteen aan het eten geslagen en trekt verwoed hooi uit de ruif. Heel ziek kan hij dus niet zijn. Ik voel me gerustgesteld.

We nemen afscheid van onze Job, die even lekker mag bijkomen van de warmte in de stal. Ik hijs mijn rugzak weer op mijn rug, want we zijn hier tenslotte ook om te oefenen voor de Camino!
We vervolgen onze weg en zien meteen dat dit een uitgelezen gebied is om te oefenen. Het hoogteverschil is hier enorm en sommige stukken doen niet onder voor de echte Camino. We kunnen meteen aan de bak. We gaan klimmen!
Het is niet eens zo zeer het gewicht op onze ruggen, maar meer de conditie waarover we beschikken, die ons toch wat zorgen baart. De verzuring in de benen en de pijnen in de bilspier treden bijna onmiddellijk op. Dat wordt nog wat, als we het over drie weken echt gaan doen. Veel tijd voor trainen hebben we niet meer met nog veel werken in het verschiet. We zullen toch vooral onze conditie daar weer op moeten gaan bouwen. Het voordeel is dat we het eerder gedaan hebben en dus precies weten wat ons te wachten staat.

We zwoegen verder in de zon. De paden waar we over lopen doen ons af en toe heel erg denken aan de echte Caminopaden, de geuren, de uitzichten, de vlindertjes die van bloem tot bloem vliegen, al die dingen treffen we straks in Spanje ook weer aan. Een heerlijk voorproefje dus! Dat wisten we vanochtend ook nog niet toen we van huis vertrokken. Het pad slingert door het landschap met hier en daar echt behoorlijke hoogteverschillen. Het verlangen om straks weer op weg te mogen gaan groeit met de meters die we lopen. Ik vind het mooi om te zien dat het caminovirus ook André besmet heeft. Hij heeft het een keer eerder gelopen, maar net als ik voelt hij heel sterk die drang om het weer te doen. Daarin zijn we, naast alle andere dingen waarin we elkaar vinden, ongelooflijke maatjes.
Het pad wat we bewandelen eindigt op de Posbank. Vanaf de Posbank, genoemd naar ene meneer Pos, heb je een schitterend uitzicht over de omgeving. Bij helder weer, en dat is het nu, kun je tot in Duitsland kijken. Ik zie de kerktoren van Hoch Elten en nog verder weg een stukje van Emmerich.
We gooien onze rugzakken af en gaan op een trappetje zitten. Ook dit is zo ontzettend Camino. Ergens gaan zitten op een mooie plek, je rugzak afgooien, schoenen uittrekken en je broodje eten. Dat is puur genieten!
Mijn voeten houden het prima in mijn Lidl schoenen. Ze zijn inderdaad goed ventilerend en mijn knobbelteen heeft de ruimte. En dat voor maar € 20,-. Daar houd ik nu van! Met mijn knie gaat het ook redelijk.

Als ik zo op het trappetje over mijn lichamelijke gesteldheid zit na te denken, weet ik dat het deze keer niet mee zal gaan vallen. De laatste keer heb ik al veel pijn in mijn voeten gehad. Geen blaren. Daar heb ik nooit last van, maar een hevige pijn in de spieren van mijn voeten. En mijn voeten zijn er de afgelopen jaren sinds de laatste camino in 2006 niet op vooruit gegaan. Evenals mijn knie! Maar deze ongemakken weerhouden mij niet om te gaan lopen. Het zal af en toe afzien zijn, maar dat hoort erbij. Alle andere ervaringen die je opdoet op zo'n tocht wegen tegen al dat ongemak op!

Na een korte rustpauze vervolgen we onze weg. Het pad slingert kris kras door het gebied. We komen weer langs een prachtige boom. Ook deze boom heeft zijn tak weer uitnodigend voor me uitgestoken. Gek als ik ben klim ik er in, kompleet met rugzak. Een jongetje dat met zijn vader langs loopt weet precies wat ik voel. Ook hij wil niets liever dan in de boom klimmen. Ongeduldig staat hij te wachten tot ik me er weer uit laat zakken en hij er in kan klimmen.
Via een omweg komen we uiteindelijk opnieuw bij de Schaapskooi aan. "Zullen we even bij Job kijken," stel ik voor. Bij het hek gekomen zien we de herders en herderinnen al staan.                                                                                      "Job is al weer in de wei. Hij stond zo te schreeuwen in de stal, dat we hem er maar weer uit hebben gehaald,"wordt ons verteld. We mogen wel naar hem op zoek als we dat willen. Natuurlijk wil ik op zoek naar Job. Ik duik de wei in en loop langs alle lammeren die net als Job wat kleiner zijn dan de rest. Nergens zie ik mijn nummer 820, ook best een symbolisch getal, omdat we straks in Spanje ongeveer 820 kilometer zullen gaan lopen.
Job ligt nu in elk geval niet langs de kant van het hek. Terwijl ik naar hem op zoek ben wordt ik belaagd door grote en kleiner lammeren die me overladen met kussen. Ik vraag me af wat maakt dat ik zo door hun afgelebberd word. Is het mijn persoonlijkheid, die ze zo aanspreekt of is het iets anders?

Ik ga wat verder de wei in. In het midden van de wei liggen er tientallen bij elkaar, moeders en lammeren. Het is grappig om te zien hoe de lammeren bij willekeurige moeders onder de buik proberen te duiken voor melk. Het maakt hun kennelijk niet uit waar de melk vandaan komt. De moeders daarintegen willen geen vreemde lammeren aan de tepel en maken dat duidelijk door weg te lopen, soms met wel drie lammeren achter hun aan.

Uiteindelijk vind ik tussen al die schapen als door een wonder onze Job. Hij huppelt heerlijk door de wei aan de zijde van zijn moeder. Het is een heerlijk weerzien. Ik durfde er eigenlijk niet op te hopen dat we hem zouden vinden. Maar hij is het echt! Onze nummer 820! Job wil best even bij me op schoot. Ook hij geeft mij een schapenknuffel recht op de mond. Ik voel me diep geroerd. Dit is mijn lam, mijn Job..nou ja..onze Job.
Ik wil niet, maar we moeten gaan. Ik zou zo uren in de wei tussen de schapen kunnen doorbrengen. Het zijn ongelooflijke vriendelijk dieren. Het geblaat heeft op mij een rustgevende werking. Maar we willen nog een stukje verder lopen. Voordat we het weten is het tijd om terug te gaan.

We verlaten de schaapskooi en lopen het bos weer in. Ik zie een hele steile heuvel en dat lijkt me een goede oefening om nog even mee te pakken. André ziet het niet zo zitten, want eigenlijk is het helemaal geen pad.
"Dan loop jij maar om," zeg ik en begin te klimmen. Dat laat André zich niet nog eens zeggen en al gauw volgt hij me toch op het steile pad dat dooraderd is met boomwortels waar je je nek over kunt breken. We lopen al gauw te hijgen als karrenpaarden. De verzuring die binnen enkele minuten optreedt in mijn kuiten is gigantisch. Oh...en dit is nog niets vergeleken bij de Pyreneeën!
Het lukt ons om op de top van de heuvel te komen, waar we onze adem snel weer terugvinden. Ach, het viel ook wel weer mee.
We eindigen de wandeling waar we hem begonnen zijn, bij het informatiecentrum van Natuurmonumenten. We gaan daar in de zon op het terras zitten en bestellen een heerlijk koel biertje. Naast me staat een jongetje aan zijn tand te trekken. Zijn moeder gilt het uit, maar hij zet stug door. Even later heeft hij de tand in zijn hand. Hij trots, moeder trots. Ik prijs hem de hemel in en hij kijkt me stralend aan.

Als het biertje op is is het ook tijd om terug te rijden naar Amsterdam. Ik ben moe en rozig van de zon. Ik heb medelijden met André, die moet rijden, terwijl ik aan zijn zijde wegsoezel met het liedje Miracle van Ilse de Lange op de achtergrond. Het is ook echt een Miracle geweest, deze prachtige dag. Ik lik met mijn tong even langs mijn lip en voel dat die erg zoutig is van al het zweten. Nu begrijp ik waarom al die schapen me wilden zoenen. Niets te maken met mijn persoonlijkheid, maar gewoon met het zout op mijn lippen!